Ik ben niet alleen: tegenover mij ligt meneer Praatgraag (niet zijn echte naam) waaraan je niet merkt dat hij ook net een ablatie heeft gehad. Hij vertelt honderd-uit en vraagt zo mogelijk nog meer. Ik heb nog wat behoefte aan rust en antwoord minimaal. Wel ga ik enthousiast in op het aanbod van een verpleegster om wat te eten: twee boterhammen met kaas en een koffie alstublieft. Wel liggend opeten/drinken, dus dat vraagt wat gemanoeuvreer van de boterhamhapjes en het afgesloten baby-drinkbekertje met koffie.
Mijn waterhuishouding komt weer op gang en ik vraag en krijg een plasfles. Hé, wat doet die plas pijn in mijn interne leiding! Raar. Mijn hypothese is dat dat vast komt door de afvoer van giftige slaapstoffen. Maar de verpleger vertelt me desgevraagd dat het komt doordat mijn binnenleiding wat beschadigd is door het "eenmalig" inbrengen van een plas-katheter. Hé, dat hebben jullie me vooraf niet verteld. En ook achteraf niet.
Ondertussen babbelt Praatgraag door. Zo vertelt hij me dat ik erg lijk op een bekende voetbaltrainer. Dat zoeken we later op de middag uit, als hij weg. Het onderzoek van de schoonmaakster en mijn eigen googlen levert op dat de gelijkenis beperkt is.
Ook zijn langskomend behandelaar (een andere dan de mijne) krijgt nauwelijks gelegenheid om zijn verhaal te vertellen. Zo indringend en prioritair zijn de vragen en opmerkingen van Praatgraag. Overigens kan ik daar wel wat van leren. Ik heb te weinig doorgevraagd bij mijn behandelaar.
Ondertussen vullen de twee nog lege plekken zich met even zoveel andere patiënten, ook allemaal na een behandeling. De blije eigenaar van een heuse stent is er maar kort. Hij voor een eenvoudige kijk-katheterisatie maar onderweg besloot men (in overleg met wakkere hemzelf) maar gelijk door te pakken. De derde patiënt heeft ook een ablatie gehad maar zijn lies-wond wil niet sluiten. Als ik vertrek is hij er nog. Dat is minder.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten