Om 14.05 uur komt de hoofdsnijder langs tijdens wat in mijn geheugen hangt als een flitsbezoek. Hij vertelt dat hij 1 1/2 uur is bezig geweest en tevreden is met het resultaat. Hij was begonnen met de ablatie van de linker boezem, waarna ook rechts storing optrad die hij maar gelijk heeft aangepakt. Ik vergat te vragen welke methode hij heeft toegepast.
Hij meldt ook nog dat, vanwege mijn klepplastic in 2011, de success rate ietsjes minder is dan anders maar nog steeds zo'n 80%. Ik moet alle medicatie doorslikken tot het uit-take gesprek na drie weken. Dan in overleg met de eigen cardioloog gecontroleerd afbouwen. Waarschijnlijk moet ik de bloedverdunner altijd door blijven slikken. Tja, die werd ook nodig door die plastiek dus daar verandert een ablatie niet veel aan.
En weg was hij weer.
Pas twee uur later heb ik mijn vragen ietsje beter op orde als ik de cardioloog van Praatgraag even mag lenen na diens bezoek aan overbuurman. Die legt desgevraagd de verschillen tussen flutter en atriumfibrilleren uit, en hoe flutters gekoppeld zijn aan de "hartslag" van de kamers. Ca 1/4 van de flutter-snelheid (van 300 tot 400 pulsjes met minuut) wordt doorgegeven aan de kamers, waardoor hun "hartslag" van tussen 75 en 100 wel regelmatig lijkt maar ook fluttergestuurd is. De spierbundeltjes, vooral in de linkerboezem, rond de ingang van de longaders, geven meestal die fluttersiganelen en worden bij ablatie weggebrand.
Dank dokter. Het is nu ietsje duidelijker.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten