Precies 3 x 5 jaar geleden, dus januari 2011 begon mijn hart-reis. Dit is dus mijn derde hartlustrum. Tuurlijk, hij was er daarvoor altijd al geweest. En sinds een keuring begin zeventiger jaren wist ik dat er "een ruis" in schuilde. Maar die bleek geen belemmering om tijdens mij studie bergop-bergaf te marcheren, hoewel ik in het begin wel wat ongerust was. Maar hij gaf geen krimp.
Dat begon pas toen hij eind 2010 (na een ruim begoten studentenreünie...) opeens uit de bocht vloog en begon te fibrilleren. Na een half dagje stopte hij vanzelf weer. Incidentje dus.
Dat vanzelf stoppen gebeurde niet Nieuwjaarsochtend 2011. Na een (opnieuw ruim begoten...) oudejaarsavond. Met de achtbaan van (voor het eerst in mijn leven) in de ambulance, ziekenhuis, cadioversie, analyse, lekkende hartklep, minimaal invasieve mitralisklepplastiek als gevolg. Lees alles aan het begin van deze blog.
Sindsdien een reeks van lolletjes en andere pillen en vage onregelmatigheidsklachten. En, vooral na het tweede lustrum, alsof je er de klok op gelijk kunt zetten, in het voorjaar een of tweemaal een echt huppelhart dat niet stopte, en dan cardioversie. De rest van het jaar eigenlijk altijd gepruttel bij de gewone hartslag. En af en toe opeens wat gehuppel dat, soms geholpen door wat extra lolletjes, zonder extern ingrijpen weer settelt. Je went er aan.
Mijn geleerde begeleiders proberen me de laatste jaren wel steeds nadrukkelijker een aanvullende behandeling aan te smeren. Ablatie. Iets met in je hart wispelturige cellen wegbranden. De meest enthousiaste aanbeveler is de deskundige die er zijn hobby, eh vak, van heeft gemaakt. Iets van: WC-eend beveelt WC-eend aan.
Dit jaar maar eens proberen dat gehuppel te vermijden. Want ablatie staat me nog steeds niet echt aan. Moet toch ook zonder kunnen?