Heb je een maandje geleden gecapituleerd en besloten tot ablatie, sta je op de wachtlijst, laat je lichaam even duidelijk weten dat het echt nodig is. Eerst vorige week een storende fase van 5 uur in de nacht. En dan gisteren eentje die in de nacht begon en niet stopte.
Oke, ik was eigenwijs en dacht, ondanks de niet werkende standaardaanpak (pillen, acupressuur, massage) vanmorgen toch gewoon mijn verplichting voor een vrijwilligersclub te kunnen gaan doen. Maar met atriumfibrilleren in heel warm weer een marktkraam opzetten is niet aan te bevelen. Merkte ik. In het begin ging het nog. Maar mijn gebonk werd steeds heviger en de mist in mijn hoofd steeds nadrukkelijker. Net als de duizeligheid. Uiteindelijk ging ik toch even op de rand van de marktkraam zitten.
Om achterover liggend weer wakker te worden. Ik was voor een paar minuten plat gegaan.
Blijkbaar niet zo dramatisch dat mijn kompanen het nodig hadden gevonden gelijk 112 te bellen. "Want ik ademde nog". Aan de ene kant gelukkig (al dat gedoe, zeker in het openbaar). Aan de andere kant: hoe wisten zij dat ik met een paar minuutjes weer wakker zou worden en niet met een hartstilstand of zo zou wegglijden? Maar niet druk over maken, helpt toch niet.
Gelukkig werd er een echte stoel gehaald met een leuning, en het nodige koude water. Rustig zitten hielp. Ik werd weer wat helderder hoewel het gebonk doorging. Maar ik moest wel weer thuis zien te komen. Taxi? Eigen fiets? Na een klein uurtje uitrusten in de schaduw durfde ik toch lopend, met de fiets aan de hand, naar huis te vertrekken. Dat ging goed, met als mijn daarop volgende poging kalmpjes te fietsen. De rest van de dag op de bank uitgerust en bedacht wat nu te doen.
Morgen moet ik een hele dag naar een andere belangrijke vrijwilligersbijeenkomst, waarbij ik als taxi zal fungeren. Toch nog even een nachtje aanzien.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten